
Wie een tennisbaan wil verlichten, wil weten hoeveel lampen er nodig zijn, hoe hoog de masten moeten zijn en welk vermogen past. Het antwoord hangt af van het niveau waarop gespeeld wordt: recreatief, clubtraining of wedstrijd. In dit artikel lees je welke lichtsterkte bij welk niveau hoort, hoe je het aantal schijnwerpers uitrekent en waar je de masten plaatst. Met twee rekenvoorbeelden kun je het direct toepassen op je eigen baan.
Hoeveel lux heeft een tennisbaan nodig?
De Europese norm voor sportverlichting, EN 12193, deelt tennis in drie klassen in. Klasse III is recreatief spelen en training: buiten 200 lux, binnen 300 lux. Klasse II is clubcompetitie en training op hoger niveau: buiten 300 lux, binnen 500 lux. Klasse I is voor nationale en internationale wedstrijden: buiten 500 lux, binnen 750 lux. Naast de hoeveelheid licht is ook de gelijkmatigheid belangrijk. De bal moet overal op de baan even goed zichtbaar zijn, dus het verschil tussen de lichtste en de donkerste plek mag niet te groot zijn.
Zo reken je het aantal schijnwerpers uit
Een enkele tennisbaan inclusief uitloop meet ongeveer 36 bij 18 meter, dat is 648 m². De formule is: lux maal m² gedeeld door het nuttige licht per schijnwerper. Bij schijnwerpers komt ongeveer de helft van het licht echt op de baan terecht; de rest valt naast de baan of gaat verloren door vervuiling en veroudering. Een schijnwerper van 240 watt met 40.800 lumen levert dus ongeveer 20.400 nuttige lumen op de baan.
Tabel: schijnwerpers per buitenbaan
| Niveau | Lux | Schijnwerpers | Masten | Resultaat |
|---|---|---|---|---|
| Recreatief (klasse III) | 200 | 8 × 200 watt | 4 masten van 8 m | ca. 210 lux |
| Club (klasse II) | 300 | 8 × 320 watt | 4 masten van 8 à 10 m | ca. 335 lux |
| Wedstrijd (klasse I) | 500 | 12 × 320 watt | 6 masten van 10 à 12 m | ca. 500 lux |
De tabel gaat uit van schijnwerpers met 170 lumen per watt. Onze tennisbaanschijnwerpers hebben een instelbaar vermogen, bijvoorbeeld 100, 150, 200 of 240 watt in één armatuur. Zo kies je na de montage precies de lichtsterkte die je nodig hebt en betaal je niet voor licht dat je niet gebruikt.
Rekenvoorbeeld 1: één clubbaan met 300 lux
Een tennisclub wil op één buitenbaan 300 lux voor training en competitie. Nodig is 300 maal 648, dat is 194.400 nuttige lumen. Omdat ongeveer de helft van het licht op de baan valt, moet er 388.800 lumen uit de schijnwerpers komen. Een schijnwerper van 400 watt die op 320 watt is ingesteld, geeft 54.400 lumen. 388.800 gedeeld door 54.400 is 7,1, dus 8 schijnwerpers. Die komen per twee op 4 masten van 9 meter hoog, twee masten aan elke lange zijde. Het resultaat is gemiddeld ongeveer 335 lux, met wat reserve voor de veroudering van de lampen.
Rekenvoorbeeld 2: twee recreatieve banen naast elkaar
Twee banen naast elkaar vormen samen een veld van ongeveer 36 bij 34 meter, dat is 1.224 m². Voor recreatief spelen is 200 lux nodig: 200 maal 1.224 gedeeld door 0,5 geeft 489.600 lumen. Met schijnwerpers van 240 watt en 40.800 lumen zijn dat 12 stuks. Die worden verdeeld over 6 masten met elk twee schijnwerpers: twee masten aan elke buitenzijde en twee masten op de lijn tussen de banen. De gedeelde masten in het midden schelen kosten ten opzichte van twee losse banen.
Waar komen de masten?
Plaats de masten altijd langs de lange zijden van de baan, buiten het speelveld, en nooit achter de achterlijnen. Achter de achterlijnen kijkt de speler bij de opslag en bij een lob recht in het licht. Voor recreatief spel is een masthoogte van minimaal 8 meter nodig; voor competitie is 10 tot 12 meter beter. Gebruik schijnwerpers met een asymmetrische lichtbundel, zoals 120 bij 45 graden. Die hangen bijna horizontaal en schijnen het licht toch tot het midden van de baan. Dat geeft minder verblinding voor de spelers en minder licht bij de buren.
Lichtkleur en tennishallen
Voor tennis is 4000 tot 5000 kelvin de beste keuze: helder, neutraal wit licht waarin de gele bal goed zichtbaar is. In een tennishal gebruik je geen schijnwerpers, maar lineaire tennisarmaturen die langs de zijkanten boven de baan hangen. Binnen vraagt de norm meer licht, van 300 tot 750 lux, afhankelijk van het niveau.
Advies voor jouw baan
Stuur het aantal banen, de afmetingen en het speelniveau naar info@dimay.com. Wij rekenen het aantal schijnwerpers, de masthoogte en de opstelling voor je uit. Bekijk ook onze LED tennisbaanverlichting, onze tips voor sportveldverlichting, lees wat lux precies is en hoeveel schijnwerpers een padelbaan nodig heeft.
Veelgestelde vragen over tennisbaanverlichting
Hoeveel schijnwerpers heeft een tennisbaan nodig?
Voor recreatief spelen op een buitenbaan zijn meestal 8 schijnwerpers van 200 watt op 4 masten genoeg. Een clubbaan met 300 lux heeft 8 schijnwerpers van 320 watt nodig en een wedstrijdbaan met 500 lux ongeveer 12.
Hoe hoog moeten de lichtmasten bij een tennisbaan zijn?
Minimaal 8 meter voor recreatief spelen. Voor clubcompetitie en wedstrijden is 10 tot 12 meter beter, omdat het licht dan gelijkmatiger over de baan valt en spelers minder verblind worden.
Mogen de lampen achter de achterlijn staan?
Nee. Achter de achterlijnen kijkt de speler bij de opslag en bij een lob recht in het licht. Zet de masten daarom altijd langs de lange zijden van de baan.
Welke lichtkleur is het beste voor tennis?
Neutraal wit tot koel wit, 4000 tot 5000 kelvin. In dat licht is de gele bal goed te zien en zien kleuren er natuurlijk uit.
Hoeveel stroom verbruikt een verlichte tennisbaan?
Een recreatieve baan met 8 schijnwerpers van 200 watt gebruikt 1,6 kilowatt. Twee uur spelen kost dus 3,2 kWh.
Kunnen jullie de verlichting voor onze club uitrekenen?
Ja. Stuur het aantal banen, de afmetingen en het speelniveau naar info@dimay.com, dan rekenen wij het aantal schijnwerpers, de masthoogte en de opstelling voor je uit.





